Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
het Hof leest:plaatsgevonden]. Daarmee bedoel ik, veel later dan de normale bedrijfsrekeningen van [belanghebbende] (...) Ik doel daarmee op de specificatie va[n] de effecten die in de boekhouding van 2001 zijn geboekt."
Hof: 2000] winst opgeleverd?)
het Hof begrijpt:verlaten] zijn vervolgens voor een deel aangewend voor investeringen door [X BV]. Deze investeringen bestaan uit het verstrekken van kapitaal aan diverse vennootschappen en aanschaf van een pand in[land] en een bedrijfswagen. De bedragen die voor deze investeringen zijn overgemaakt naar de bankrekening van [X BV] dienen gezien te worden als kapitaalstortingen door [A] in [X BV]. (...) In het jaar 2001 is er € 4.327.707 gestort en in 2002 € 390.000".
het Hof leest:we] hiervan af".
3.Geschil in hoger beroep
4.De beoordeling door de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
6.Proceskosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de naheffingsaanslag dividendbelasting en voor zover daarbij geen proceskostenvergoeding en geen teruggaaf van griffierecht is verleend;
- vernietigt de uitspraak op het bezwaar tegen de naheffingsaanslag dividendbelasting;
- vermindert de naheffingsaanslag dividendbelasting tot een te betalen bedrag van € 567.225;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.186;
- gelast de inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betreffende de naheffingsaanslag dividendbelasting betaalde griffierecht van in totaal € 751;
- bevestigt voor het overige de uitspraak van de rechtbank.