ECLI:NL:GHAMS:2013:4678
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Overdracht kredietovereenkomsten en vrijwaring hoofdelijke aansprakelijkheid vennootschap onder firma
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de bank heeft ingestemd met de overdracht van kredietovereenkomsten van een vennootschap onder firma (vof) aan een commanditaire vennootschap (C.V.) en of de vennoten van de vof de bank hebben gevrijwaard voor de schade door het verlies van hun hoofdelijke aansprakelijkheid.
De feiten zijn onbetwist: de vof had kredieten bij de bank met hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten. Later werd een C.V. opgericht waarin de activa en passiva van de vof werden ingebracht. De tenaamstelling van de bankrekeningen werd gewijzigd naar de C.V. en de C.V. werd failliet verklaard, waarna de bank de debetsaldi bij de vennoten opeiste.
De rechtbank verwierp het verweer van de vennoten dat de bank met de overdracht had ingestemd. Het hof stelt echter vast dat de bank door gedragingen, waaronder gesprekken en een brief waarin contractaanpassingen werden bevestigd, voorshands heeft ingestemd met de contractsovername. De bank krijgt gelegenheid tot tegenbewijs.
Daarnaast is aan de orde of de vennoten de bank hebben gevrijwaard voor de schade uit de rekeningovernameverklaring. Het hof oordeelt dat de bank hiervoor de bewijslast draagt en ook hiervoor wordt tegenbewijs toegestaan. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van bewijslevering.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en laat de bank toe tot tegenbewijs over instemming contractsovername en vrijwaring hoofdelijke aansprakelijkheid.