ECLI:NL:GHAMS:2013:4741

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2013
Publicatiedatum
23 december 2013
Zaaknummer
200.127.833/01 OK
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot comparitie en schikking in hoger beroep tussen Fayrefield Foods Ltd en Plemaco B.V.

In deze civiele zaak tussen Fayrefield Foods Ltd, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, en Plemaco B.V., gevestigd te Berkelland, heeft het Gerechtshof Amsterdam op 18 juni 2013 een arrest gewezen. Appellante Fayrefield Foods Ltd heeft hoger beroep ingesteld tegen een eerder vonnis in de onderhavige zaak.

Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten om onder meer inlichtingen te verkrijgen, de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken en het verdere verloop van het hoger beroep te bespreken. Hierbij kunnen mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen. De comparitie zal niet doorgaan indien het griffierecht niet tijdig wordt betaald.

Verder is bepaald dat partijen uiterlijk twee weken na heden verhinderdagen kunnen opgeven en dat appellante binnen twee weken een kopie van het volledige procesdossier zal indienen bij het hof. Tevens moeten partijen uiterlijk twee weken vóór de comparitie de bescheiden overleggen waarop zij een beroep willen doen. Alle verdere beslissingen zijn aangehouden.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen met het oog op inlichtingen en minnelijke regeling, en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Enkelvoudige burgerlijke kamer
ARRESTin de zaak van:
de besloten vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk
FAYREFIELD FOODS LTD.,
gevestigd te Crewe (Cheshire, Verenigd Koninkrijk),
appellante,
advocaat:
mr. A.M. Boot, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PLEMACO B.V.,
gevestigd te Berkelland,
geïntimeerde,
advocaat:
mr. A.F. Ammerlaan, kantoorhoudende te Dordrecht.

1.Het geding in hoger beroep

Appellante heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor de Ondernemingskamer van dit hof.
De zaak is op 4 juni 2013 op de rol aangebracht en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

2.1
Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen.
De comparitie zal niet doorgaan indien partijen het griffierecht niet tijdig hebben betaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
2.2
Indien beide partijen uiterlijk op de roldatum van 2 weken na heden de raadsheercommissaris gezamenlijk verzoeken van de comparitie af te zien, zal deze geen doorgang vinden en zal een roldatum worden bepaald voor memorie van grieven.
3. Beslissing
Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun raadslieden zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. P. Ingelse, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan het IJdok 20 te Amsterdam op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2.1 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen
2 weken na hedenop de rol hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna de raadsheercommissaris de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat appellante uiterlijk
2 weken na hedeneen kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) zal indienen bij het hof (ter attentie van de Ondernemingskamer);
bepaalt dat partijen uiterlijk
2 weken vóór de dag van de comparitiede bescheiden waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan de raadsheercommissaris (te attentie van de Ondernemingskamer) en de wederpartij;
houdt verder elke beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de rolraadsheer mr. J.C. Toorman en door hem op 18 juni 2013 uitgesproken in het openbaar.