Uitspraak
mr. E.H.J. Slagerte Amsterdam,
mr. M.N. Mensete Haarlem.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de financiële afwikkeling van een managementovereenkomst centraal. Appellant vorderde betaling van diverse bedragen van geïntimeerde, terwijl geïntimeerde betaling van andere bedragen van appellant had gevorderd. De rechtbank wees de vorderingen van appellant af en kende die van geïntimeerde toe.
In hoger beroep richtte appellant zich alleen op zijn eigen vorderingen. Het hof liet appellant toe tot bewijslevering en hoorde meerdere getuigen, waaronder medewerkers en betrokkenen bij de beëindiging van de samenwerking. Uit hun verklaringen bleek dat in juli 2008 een bijeenkomst plaatsvond waarbij partijen een eindafrekening maakten en een bedrag van €16.689,65 werd vastgesteld en betaald als finale kwijting.
Appellant stelde dat de afrekening slechts tussentijds was en dat bepaalde langlopende sponsorcontracten buiten de regeling vielen. Het hof oordeelde echter dat de getuigenverklaringen en het betaalde bedrag wezen op een finale afwikkeling over en weer, waardoor verdere aanspraken van appellant niet toewijsbaar waren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Haarlem, wees de vorderingen van appellant af en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens finale kwijting.