ECLI:NL:GHAMS:2013:4844
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens beroep op Vluchtelingenverdrag bij vals reisdocument
De verdachte werd vervolgd voor het bezit van een vals of vervalst reisdocument, een nationaal paspoort van Nigeria met een vals visum, aangetroffen op Schiphol op 17 september 2010. Na een veroordeling door de politierechter werd een asielaanvraag ingediend die werd afgewezen vanwege een ongewenstverklaring, welke gebaseerd was op de strafrechtelijke veroordeling.
De verdachte stelde zich op het standpunt dat hij vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat het openbaar ministerie daarom niet ontvankelijk zou moeten zijn in de vervolging. Het hof overwoog dat het Vluchtelingenverdrag bescherming biedt zolang niet onherroepelijk is vastgesteld dat het beroep van de verdachte ongegrond is. Omdat de bestuursrechter nog niet onherroepelijk had beslist over het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag, kon het hof niet zonder nader onderzoek vaststellen dat het beroep ongegrond was.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. De ongewenstverklaring, die de asielprocedure belemmerde, was immers gebaseerd op de strafrechtelijke veroordeling die nu ter discussie stond. De verdachte verblijft rechtmatig in Nederland in afwachting van de bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het beroep op artikel 31 Vluchtelingenverdrag.