ECLI:NL:GHAMS:2013:4917
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting onderhuurovereenkomst wegens hoofdverblijf in gehuurde woning
In deze civiele zaak stond centraal of de onderhuurster haar hoofdverblijf had in de gehuurde woning na het einde van de hoofdhuurovereenkomst. Het hof heeft na uitgebreid getuigenverhoor en bewijslevering geoordeeld dat het vermoeden dat de onderhuurster haar hoofdverblijf in het gehuurde had niet is ontkracht.
Diverse getuigen, waaronder een bouwbegeleider, aannemer en vrienden van de onderhuurster, verklaarden dat zij regelmatig in de woning verbleef en dat de woning bewoond was. Hoewel er veel post achter de voordeur lag, was er geen overtuigend bewijs dat zij de woning had opgegeven. De verklaringen van een particuliere rechercheur en enkele buren die anders stelden, werden niet voldoende betrouwbaar geacht, mede omdat deze verklaringen waren ingetrokken.
Het hof concludeerde dat de onderhuurster haar centrum van leven in Amsterdam had, waar zij was ingeschreven, post ontving en een volledig ingerichte woning had. Dit oordeel bevestigt het eerdere vonnis van de kantonrechter. De verhuurder werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de onderhuurster haar hoofdverblijf in het gehuurde had en wijst de grieven van de verhuurder af.