ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8414
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderpornografie: bezit en verspreiding realistische schilderijen en afbeeldingen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam wegens bezit en verspreiding van kinderpornografisch materiaal, waaronder realistische schilderijen en digitale afbeeldingen van minderjarigen in seksuele gedragingen.
Het hof oordeelt dat de realistische schilderijen en afbeeldingen als bedoeld in artikel 240b Sr vallen, ook al zijn het geen fotografische afbeeldingen, omdat zij levensecht zijn en de suggestie wekken dat echte kinderen betrokken zijn. De verdediging betoogde dat schilderijen niet onder deze strafbepaling vallen, maar dit werd verworpen op grond van wetsgeschiedenis en de aard van de afbeeldingen.
Het hof spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde bezit van digitale bestanden, omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij daarvan op de hoogte was. Wel wordt hij veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde bezit en verspreiding van schilderijen en afbeeldingen via een website die op zijn naam stond.
De straf bestaat uit een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur, met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast beveelt het hof de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen kinderpornografische voorwerpen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 januari 2013.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur wegens bezit en verspreiding van realistische kinderpornografische schilderijen en afbeeldingen, met vrijspraak voor andere tenlastegelegde feiten.