ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9886
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling schenkingsrecht wegens kunstmatige cessieconstructie
Belanghebbende had een schuld van €50.075 aan zijn zus, waarvoor zijn vader een bedrag schonk onder de voorwaarde dat deze schuld werd afgelost. De inspecteur legde schenkingsrecht op, waarbij een beroep op de vrijstelling van artikel 33, lid 1, aanhef en onder 8o, van de Successiewet 1956 werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling niet van toepassing was omdat de cessieconstructie een kunstmatige omweg was om belastingheffing te vermijden. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat de vrijstelling alleen geldt als de begiftigde in een benarde financiële positie verkeert en de schenking strekt om schuldeisers te voldoen.
De constructie waarbij de vader de schuld aan de zus overdroeg en vervolgens het bedrag aan belanghebbende schonk, die het weer aan zijn zus betaalde, is feitelijk een kwijtschelding. De wens om een derde familielid te betrekken werd onvoldoende aannemelijk gemaakt. De vrijstelling wordt beperkt toegepast en is niet bedoeld voor dergelijke kunstmatige constructies.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag schenkingsrecht bevestigd.