ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4825
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde pensioenpremies ondanks formeel bestuurderschap
In deze zaak vordert het pensioenfonds de aansprakelijkheid van [Geïntimeerde] als bestuurder van Lamham B.V. voor onbetaalde pensioenpremies. [Geïntimeerde] betwist dat hij daadwerkelijk bestuurder was en voert aan dat het pensioenfonds nalatig is geweest en de vordering onjuist heeft berekend.
De kantonrechter vernietigde het dwangbevel omdat [Geïntimeerde] had gesteld geen feitelijke bestuurstaken te hebben verricht. Het hof stelt echter dat de inschrijving in het handelsregister het vermoeden van bestuurderschap schept en dat het formele bestuurderschap voldoende is voor aansprakelijkheid volgens artikel 23 Wet Pro Bpf 2000.
Het hof oordeelt dat het pensioenfonds zich niet kan beroepen op derdenbescherming van de Handelsregisterwet, maar dat het vermoeden van bestuurderschap niet voldoende is weerlegd. Ook het feit dat [Geïntimeerde] geen bestuurstaken uitvoerde, ontslaat hem niet van aansprakelijkheid.
Het hof wijst het pensioenfonds erop alsnog te reageren op het verweer dat niet aan alle formaliteiten is voldaan, met name de aanmaning aan de bestuurder zelf, en op het verweer over de hoogte van de vordering. De zaak wordt aangehouden voor aktewisseling en verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof acht [Geïntimeerde] formeel bestuurder en aansprakelijk, maar houdt de zaak aan voor nadere aktewisseling over formaliteiten en vordering.