ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5717
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- J.C.W. Rang
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens wanprestatie huurder
In deze zaak stond de huurovereenkomst van een horecabedrijfsruimte centraal, waarbij de verhuurder de ontbinding vorderde wegens wanprestatie van de huurder. De huurder had onder meer inventaris weggegooid, bezwaar gemaakt tegen een terrasvergunning zonder redelijk belang, en de overeengekomen vergoeding voor horeca-apparatuur en inventaris niet betaald. Daarnaast had zij zonder toestemming wijzigingen aangebracht en geluidsoverlast veroorzaakt.
De kantonrechter had de ontbinding afgewezen maar de huurovereenkomst beëindigd per 1 februari 2011. Het hof oordeelde echter dat de combinatie van kleinere tekortkomingen, waaronder wanbetaling en het dwarszitten van de verhuurder, leidde tot een onaanvaardbare situatie. De huurder was kennelijk niet bereid of in staat om rekening te houden met de belangen van de verhuurder.
Daarom ontbond het hof de huurovereenkomst per 1 juli 2013 en veroordeelde de huurder tot ontruiming. Tevens werd vastgesteld dat de huurder vanaf 30 januari 2008 een vergoeding van €50 per week verschuldigd was voor de horeca-apparatuur, met betaling van wettelijke rente over te late termijnen. Andere vorderingen van partijen werden deels toegewezen en deels afgewezen, waaronder een schadevergoeding van €500 die werd afgewezen wegens onvoldoende schadebeperking.
De verstoorde verhouding tussen partijen en de wanprestatie van de huurder rechtvaardigden de ontbinding en ontruiming, waarbij het hof ook de proceskosten aan de zijde van de verhuurder toewijst.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2013 wegens wanprestatie van de huurder, met veroordeling tot ontruiming en betaling van achterstallige vergoedingen en rente.