ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6683
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen eigendom van funderingsresten op perceel van ander; verjaring niet aangenomen
Appellant is eigenaar van een pand en heeft op een aangrenzend stuk grond, eigendom van Stadsherstel, een uitbouw met fundering geplaatst. Stadsherstel vorderde verwijdering van deze bebouwing, wat door de rechtbank werd toegewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij eigenaar was van het stuk grond, onder meer door verkrijgende verjaring en natrekking van de funderingsresten.
Het hof stelde vast dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om ongestoord bezit sinds 1972 aan te tonen, terwijl Stadsherstel het bezit betwistte en stelde dat appellant pas in 2004 het stuk grond in bezit had genomen zonder goede trouw. Ook bleek uit stukken dat de rechtsvoorganger van appellant slechts het hoofdperceel had verkregen, niet het aangrenzende stuk grond.
Een deskundigenrapport stelde dat de funderingsresten niet aantoonbaar op het perceel van appellant lagen en geen bestanddeel vormden van zijn pand. Het hof vond geen reden om dit rapport te verwerpen. Het beroep op natrekking strandde daarom. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank, veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en wees de vordering van Stadsherstel toe.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van appellant af en bekrachtigt de vonnissen die Stadsherstel in het gelijk stellen en appellant veroordeelden tot verwijdering van de bebouwing.