ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6762
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek wegens uitgaven levensonderhoud pleegdochter onder drempelbedrag
Belanghebbende, gescheiden vader van een pleegdochter, vorderde aftrek van kosten voor levensonderhoud van zijn dochter in zijn aangifte inkomstenbelasting 2006. De inspecteur weigerde deze aftrek, waarna de rechtbank de aanslag deels verminderde en de aftrek toewees op basis van aannemelijke huurbetalingen door de dochter aan haar moeder.
In hoger beroep stelde de inspecteur dat de dochter voldoende eigen inkomsten had en dat de door belanghebbende opgevoerde kosten niet aannemelijk waren. Het hof achtte de netto-inkomsten van de dochter gemiddeld € 440 per maand en concludeerde dat de behoefte aan ondersteuning maximaal € 120 per maand bedroeg, waardoor de wettelijk vereiste drempel van € 386 per kwartaal niet werd gehaald.
Het hof verwierp het oordeel van de rechtbank dat alle betalingen boven de drempel aftrekbaar zijn en stelde dat belanghebbende niet in belangrijke mate zijn dochter heeft onderhouden. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
De beslissing werd genomen door het Gerechtshof Amsterdam op 7 maart 2013, waarbij geen kosten aan de wederpartij werden opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van aftrekbare kosten levensonderhoud.