ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ7236
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- C.A. Joustra
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beslagvrije voet en woonlasten na relatiebeëindiging
Partijen, ex-partners, hadden een affectieve relatie met beperkte gemeenschap van goederen, waarvan de verdeling was vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. De man kwam zijn betalingsverplichtingen niet na, waarna de vrouw een kort geding startte en een vonnis verkreeg tot betaling van € 52.050,-. De vrouw legde executoriaal beslag op het loon van de man, waarbij de beslagvrije voet werd vastgesteld op € 1.506,77.
De man verzocht in kort geding om verhoging van de beslagvrije voet, omdat zijn werkelijke woonlasten hoger waren dan het normbedrag en hij anders in een noodsituatie zou komen. De voorzieningenrechter ging hierin mee en stelde de beslagvrije voet vast op € 1.750,-. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overwoog dat artikel 475d Rv dwingend recht is en dat alleen bij onaanvaardbare situaties van redelijkheid en billijkheid kan worden afgeweken. De man had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in een noodsituatie verkeerde; het feit dat hij schulden had en woonlasten hoger dan het maximum waren, was onvoldoende. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vordering af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot verhoging van de beslagvrije voet af en handhaaft deze op € 1.506,77.