ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9786
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg tussentijdse opzeggingsmogelijkheid in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Partijen sloten op 16 oktober 2009 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van drie maanden, die vervolgens op 29 januari 2010 werd voortgezet voor negen maanden. In artikel 1 lid 3 van Pro de oorspronkelijke overeenkomst was opgenomen dat de voortgezette arbeidsovereenkomst door beide partijen schriftelijk kan worden opgezegd conform de toepasselijke cao.
De werknemer zegde de arbeidsovereenkomst op 21 juni 2010 op, conform de cao, maar de werkgever accepteerde deze opzegging niet en vorderde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter oordeelde dat de tussentijdse opzegging rechtsgeldig was omdat partijen schriftelijk een beding hadden overeengekomen dat tussentijdse opzegging mogelijk maakte.
Het hof bevestigde deze uitleg en stelde vast dat de arbeidsovereenkomst van 2010 een voortzetting was van die van 2009, waarbij de bepalingen onverkort van kracht bleven. De ruime formulering in artikel 1 lid Pro 3 ('kan worden opgezegd') impliceert een discretionaire bevoegdheid tot tussentijdse opzegging. Het hoger beroep van de werkgever werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de werknemer de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds rechtsgeldig heeft opgezegd.