ECLI:NL:GHAMS:2013:CA0461
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- A.H.R.M. Denie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van navordering douanerechten wegens valse certificaten van oorsprong
Belanghebbenden hebben in hoger beroep betwist dat de douanerechten terecht zijn nagevorderd wegens het gebruik van valse certificaten van oorsprong (Formulieren A) bij de invoer van textielgoederen uit Bangladesh. Het hof stelt vast dat de inspecteur na vernietiging van de eerste uitnodigingen tot betaling (UTB's) een tweede UTB mocht uitreiken omdat de douaneschuld reeds was geboekt en de eerste mededeling op formele gronden was vernietigd.
Het hof oordeelt dat het beginsel van de eerbiediging van de rechten van de verdediging niet is geschonden, aangezien belanghebbenden voldoende gelegenheid hebben gehad hun zienswijze kenbaar te maken. Uit het onderzoek van OLAF en verklaringen van het Export Promotion Bureau (EPB) blijkt dat de Formulieren A vals zijn, omdat de genoemde exporteurs niet op de opgegeven adressen gevestigd zijn en de certificaten vervalst zijn.
Belanghebbenden konden niet aannemelijk maken dat sprake was van een vergissing van de bevoegde autoriteiten, noch dat zij te goeder trouw waren. Het hof wijst het beroep op artikel 220, lid 2, letter b, van het Communautair douanewetboek (CDW) af en verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel. De navordering is derhalve rechtmatig en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten wordt bevestigd.