Uitspraak
[X 1] B.V.te
[Z]en
[X 2] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 2 mei 2013, nrs. 11/00598 en 11/00599, betreffende uitnodigingen tot betaling van douanerechten.
Hoge Raad
Belanghebbenden werden uitgenodigd tot betaling van douanerechten op basis van aangiften met preferentiële formulieren A afkomstig uit Bangladesh. Na onderzoek van de Europese Commissie bleek dat deze formulieren vals waren, waarna de Inspecteur de meer verschuldigde rechten boekte en uitnodigingen tot betaling verstuurde.
Tijdens bezwaar werd vastgesteld dat de oorspronkelijke mededelingen procedureel onrechtmatig waren wegens schending van het verdedigingsbeginsel, wat leidde tot vernietiging van die uitnodigingen. De Inspecteur maakte vervolgens kenbaar de rechten opnieuw te zullen mededelen en deed dit bij nieuwe uitnodigingen.
Het Hof bevestigde dat ondanks de vernietiging de douaneschuld en boeking bleven bestaan en dat een tweede mededeling niet in strijd is met het Unierecht. De Hoge Raad oordeelde dat de boeking niet van rechtswege vervalt bij vernietiging van de mededeling op formele gronden en dat de Inspecteur gerechtigd was de tweede mededeling te doen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de tweede mededeling van de geboekte douanerechten rechtmatig is.