ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1705
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt zelfstandige onderneming golfbaan naast landbouwbedrijf met onttrekking winst
Belanghebbende exploiteert samen met zijn broer een akkerbouwbedrijf en heeft een deel van de landbouwgrond bestemd voor de aanleg en exploitatie van een golfbaan. De rechtbank oordeelde dat de golfbaan een zelfstandige onderneming is en dat de grond duurzaam aan het landbouwbedrijf is onttrokken, wat winstneming tot gevolg heeft.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de golfbaan onderdeel uitmaakt van één onderneming met het landbouwbedrijf vanwege verwevenheid van activiteiten, gezamenlijke administratie en gebruik van bedrijfsmiddelen. Het hof oordeelde echter dat de aard, organisatie en omvang van de golfbaanactiviteiten wezenlijk verschillen van het landbouwbedrijf, waardoor sprake is van twee afzonderlijke ondernemingen.
Het hof verwierp tevens de beroepen op diverse besluiten van de staatssecretaris en op artikel 3.64 Wet IB 2001, omdat deze niet van toepassing zijn op de situatie van de golfbaan. Het hof bevestigde dat de onttrekking van de grond in 2003 heeft plaatsgevonden en dat de aanslagen inkomstenbelasting terecht zijn opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting zijn terecht opgelegd wegens onttrekking van landbouwgrond aan het landbouwbedrijf voor de exploitatie van een zelfstandige golfbaanonderneming.