ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1708
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek hypotheekrente na vertrek ex-echtgenote uit woning
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de aftrek van hypotheekrente in het jaar 2007 centraal nadat de ex-echtgenote van belanghebbende de gemeenschappelijke woning verliet. Belanghebbende stelde dat hij de volledige hypotheekrente mocht aftrekken omdat hij de helft van de hypotheeklasten voor haar zou hebben betaald als bijdrage in haar onderhoud. Tevens voerde hij subsidiair aan dat hij economisch eigenaar was geworden van de woning vanaf haar vertrek.
De inspecteur betwistte deze stellingen en wees op het ontbreken van schriftelijk bewijs voor de mondelinge afspraken. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij periodiek een bijdrage leverde in de onderhoudskosten van zijn ex-echtgenote. Ook was niet gebleken dat hij economisch eigenaar was geworden van de woning vóór de boedelscheiding.
Het Hof bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat belanghebbende slechts de helft van het eigenwoningforfait mocht aangeven en slechts de helft van de hypotheekrente mocht aftrekken. De bijtelling van de andere helft als vergoeding voor het gebruik van de woning door de ex-echtgenote werd onterecht toegepast door de inspecteur en diende te worden verminderd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof vermindert de aanslag en oordeelt dat belanghebbende slechts de helft van de hypotheekrente mag aftrekken.