ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1711
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na ambtshalve schatting wegens niet-doen aangifte
Belanghebbende deed de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2006 niet tijdig, waarop de inspecteur een ambtshalve aanslag oplegde gebaseerd op een redelijke schatting van het belastbaar inkomen. Belanghebbende betwistte de hoogte van de aanslag en stelde een lagere winst uit onderneming en belastbaar inkomen vast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege onvoldoende bewijs van belanghebbende om de aanslag te verlagen. In hoger beroep overwoog het hof dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard is vanwege het niet doen van aangifte, maar dat de inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt rekening houdend met mogelijke contante inkomsten die niet uit bankafschriften blijken.
Belanghebbende overhandigde bankafschriften en stelde dat contante ontvangsten ontbraken, maar het hof vond zijn verklaring onvoldoende aannemelijk. Het hof achtte de schatting van de inspecteur, die ook rekening hield met inkomsten uit voorgaande en volgende jaren, redelijk. Het hof vernietigde de eerdere uitspraken, verklaarde het beroep gegrond, en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van €84.308 met een overeenkomstige vermindering van de heffingsrente. Proceskostenveroordeling werd afgewezen vanwege bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2006 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €84.308 en de heffingsrente dienovereenkomstig verlaagd.