ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1755
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervangende machtiging verhuur bedrijfsruimte als kindertheater ondanks weigering VvE
In deze civiele zaak stond de verhuur van een bedrijfsruimte door een appartementseigenaar aan een exploitante van een kindertheater centraal. De Vereniging van Eigenaren (VvE) had vooraf geen toestemming gegeven voor deze verhuur en weigerde deze ook achteraf, wat leidde tot een geschil over de rechtmatigheid van de weigering.
De splitsingsakte vereiste schriftelijke toestemming van de VvE voor verhuur, maar het hof oordeelde dat zowel vooraf als achteraf geweigerde toestemming moet worden getoetst aan de vraag of deze zonder redelijke grond is geweigerd. Het hof verwierp de stelling dat een achteraf gevraagde toestemming ruimer geweigerd mag worden en dat de VvE een vetorecht heeft.
Hoewel de VvE bezwaar maakte tegen geluidsoverlast en waardedaling van hun appartementen, stelde het hof dat enige overlast inherent is aan bedrijfsruimtegebruik en dat het gebruik als kindertheater binnen de bestemming valt. Het hof verleende daarom onder voorwaarden een vervangende machtiging voor de verhuur, waaronder beperking van openingstijden en geluidsmaatregelen.
De kantonrechter had het verzoek afgewezen, maar het hof vernietigde die beschikking en bepaalde dat de kosten tussen partijen worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verleent onder voorwaarden vervangende machtiging voor verhuur bedrijfsruimte als kindertheater ondanks weigering VvE.