ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1770

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
200.111.498/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing kortgedingprocedure naar rol na tussenvonnis bodemzaak

In deze civiele zaak tussen Lemeey III B.V. en Roma Beheer B.V. heeft het Gerechtshof Amsterdam op 9 april 2013 een tussenarrest gewezen in een spoedkortgedingprocedure. Het hof constateerde dat in de bodemprocedure tussen partijen een tussenvonnis was gewezen, hetgeen relevant kan zijn voor de lopende kortgedingprocedure.

Het hof heeft partijen verzocht zich uit te laten over de gevolgen van dit tussenvonnis voor de kortgedingprocedure. Lemeey werd verzocht het tussenvonnis in het geding te brengen. Tevens werd aan partijen de mogelijkheid geboden om een comparitie van partijen te verzoeken, waarbij zij hun beschikbaarheid in de maanden mei tot en met juli 2013 moesten opgeven.

Het hof besloot de zaak naar de rol te verwijzen op 23 april 2013 voor deze uitlatingen en hield iedere verdere beslissing aan. Dit arrest betreft een tussenuitspraak in het kader van de lopende procedures tussen partijen.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol voor uitlating van partijen over de gevolgen van het tussenvonnis en verdere beslissing is aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel en belastingrecht
zaaknummer hof: 200.111.498/01 SKG
zaaknummer/rolnummer rechtbank: 519508/KG ZA 112-836
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 april 2013(bij vervroeging)
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEMEEY III B.V.,
gevestigd te Voorthuizen,
APPELLANTE,
advocaat:
mr. T.S. Jansente Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROMA BEHEER B.V.,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat:
mr. J. Hagerste Amsterdam.
Partijen zullen hierna wederom Lemeey en Roma worden genoemd.

1.Het verdere geding in hoger beroep

1.1
Het hof heeft op 6 november 2012 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop
van de zaak tot die datum wordt naar dat tussenarrest verwezen.
1.2
Ten vervolge op voornoemd tussenarrest heeft Lemeey een akte, met productie, genomen. Roma heeft daarop met een antwoordakte gereageerd.
1.3
Daarop is wederom arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1
Het hof is ambtshalve op de hoogte gekomen van het feit dat in de tussen partijen aanhangige bodemzaak onlangs een tussenvonnis is gewezen. Het hof ziet daarin aanleiding de zaak naar de rol te verwijzen voor uitlating - eerst Lemeey en vervolgens Roma - opdat zij het hof kunnen laten weten welke gevolgen dat tussenvonnis volgens hen moet hebben voor de onderhavige kortgedingprocedure.
2.2
Lemeey wordt verzocht het bewuste tussenvonnis in het geding te brengen.
2.3
In het geval het (een van) partijen wenselijk voorkomt dat het hof een comparitie van partijen gelast, zal een zodanige comparitie kunnen plaatsvinden. In dat geval wordt de desbetreffende partij verzocht de verhinderdata van
beidepartijen in de maanden mei tot en met juli 2013 in haar akte op te nemen.

3.Beslissing

Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 23 april 2013 voor uitlating als hiervoor aangeduid;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Goslings, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en J.W. Hoekzema en is in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 9 april 2013.