ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1771
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens beroepsfout bij ontslag op staande voet
De zaak betreft een beroepsfout van een advocaat die een werknemer bijstond in een procedure over ontslag op staande voet. De werknemer werd ontslagen wegens vermeende geweldpleging, waarna de advocaat namens hem een procedure startte. Door het niet tijdig inroepen van de vernietigbaarheid van het ontslag kwam de kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.
De werknemer stelde dat hij daardoor schade had geleden doordat zijn loonvordering niet werd toegewezen. De advocaat erkende de beroepsfout maar betwistte dat er schade was. In eerste aanleg werd de vordering afgewezen omdat de werknemer niet slaagde in zijn bewijs van het ontbreken van een dringende reden voor ontslag.
Het hof oordeelde dat de werknemer aannemelijk had gemaakt dat de kantonrechter de vordering zou hebben toegewezen als de beroepsfout niet was gemaakt. Uit getuigenverklaringen bleek niet bewezen dat de werknemer zijn leidinggevende een klap had gegeven, slechts een duw tegen de borst, wat geen dringende reden voor ontslag opleverde. De beroepsfout van de advocaat leidde tot toewijzing van de loonvordering, exclusief de wettelijke verhoging.
De advocaat werd veroordeeld tot betaling van het gederfde loon, vakantiegeld en vergoeding voor niet genoten vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: De advocaat wordt veroordeeld tot betaling van het gederfde loon en bijkomende vergoedingen wegens beroepsfout.