ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- J.W. Hoekzema
- A.L.M. Keirse
- Rechtspraak.nl
Toelating tegenbewijs bekendheid effectenleaseovereenkomsten na drie jaar
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [appellante] en Dexia over de nietigheid van effectenleaseovereenkomsten die haar echtgenoot met Dexia heeft gesloten. [appellante] heeft de leaseovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigd, maar Dexia stelt dat de vernietiging is verjaard omdat zij meer dan drie jaar voor het uitbrengen van de vernietigingsverklaring van het bestaan van de overeenkomsten op de hoogte was.
Het hof stelt vast dat de leaseovereenkomsten kwalificeren als huurkoopovereenkomsten en dat [appellante] op grond van het ontbreken van haar schriftelijke toestemming het recht heeft deze te vernietigen. De verjaringstermijn van drie jaar gaat lopen vanaf het moment dat zij bekend werd met het bestaan van de overeenkomsten.
Dexia heeft voorshands aannemelijk gemaakt dat [appellante] door de gezamenlijke bankrekening en de daarop gerichte afschriften van het bestaan van de leaseovereenkomsten op de hoogte was. Het hof laat [appellante] toe om tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, om aan te tonen dat zij niet bekend was met de overeenkomsten binnen die termijn.
De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het tegenbewijs is geleverd en beoordeeld. Het hof heeft een datum vastgesteld voor het getuigenverhoor en regelt de procedure voor het bepalen van een alternatieve datum indien nodig.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de echtgenote tegenbewijs levert tegen het voorshands bewezen feit dat zij meer dan drie jaar voor de vernietiging bekend was met de effectenleaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.