ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2209
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schijn van vooringenomenheid raadsheer-commissaris
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het wrakingsverzoek van een verdachte tegen raadsheer-commissaris M. Gonggrijp-van Mourik toegewezen. Het verzoek betrof het niet ingrijpen van de raadsheer nadat zij op de hoogte was gesteld dat twee getuigen in strijd met een hofbeslissing en buiten aanwezigheid van de verdediging door de politie waren gehoord.
De verdediging was niet geïnformeerd over deze verhoren, wat haar rechten schaadde. De raadsheer-commissaris werd hierdoor onderdeel van een niet-ontvankelijkheidsverweer dat de verdediging in de hoofdzaak wilde voeren. Het hof oordeelde dat deze situatie de schijn van vooringenomenheid rechtvaardigde, waardoor het wrakingsverzoek ontvankelijk en gegrond was.
De advocaat-generaal had betoogd dat het verzoek te laat was en dat er geen sprake was van nieuwe feiten, maar het hof stelde vast dat de verdediging pas later kennis nam van de e-mailcorrespondentie die de situatie verduidelijkte. Daarom was het verzoek tijdig. De raadsheer-commissaris had volgens het hof niet adequaat gehandeld door niet in te grijpen of de verdediging te informeren.
De wrakingskamer besloot het wrakingsverzoek toe te wijzen en het verzoek van de advocaat-generaal om toekomstige wrakingsverzoeken wegens misbruik niet in behandeling te nemen, af te wijzen. De beschikking werd uitgesproken op 28 mei 2013 door de wrakingskamer van het hof.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer-commissaris M. Gonggrijp-van Mourik wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.