ECLI:NL:GHAMS:2013:CA2690
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep na rechtsgeldige intrekking in WOZ-zaak
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak in Amsterdam vast op €435.500, waarbij abusievelijk werd uitgegaan van een niet-woning in plaats van een woning. Dit leidde tot een geschil over de juiste waardering en de hoogte van de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB).
Belanghebbende tekende beroep aan tegen deze vaststelling, maar trok dit beroep tijdens de zitting bij de rechtbank in, nadat hem was uitgelegd dat het beroep weinig kans van slagen had. De intrekking werd vastgelegd in het proces-verbaal. Belanghebbende stelde later in hoger beroep dat sprake was van een wilsgebrek bij deze intrekking.
Het Hof oordeelde dat de intrekking rechtsgeldig was en dat de heffingsambtenaar en taxateur zich de gang van zaken goed konden herinneren. De vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende bevestigde dat het beroep was ingetrokken. Er was geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het proces-verbaal. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens rechtsgeldige intrekking van het beroep; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.