ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- G.C.C. Lewin
- A. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Voortzetting van geschorste appelprocedure na opheffing faillissement ondanks ontbinding rechtspersoon
In deze civiele zaak ging het om de vraag of een appelprocedure, die van rechtswege was geschorst wegens faillissement van geïntimeerde, kon worden voortgezet na opheffing van dat faillissement wegens gebrek aan baten. Het hof stelde vast dat ondanks de ontbinding van de rechtspersoon geïntimeerde sub 2, deze voortbestond voor de vereffening van haar vermogen.
Appellant stelde dat er nog een bate aanwezig was, namelijk een bankgarantie ten gunste van X, die niet was weersproken door geïntimeerde. Dit maakte voortzetting van de procedure mogelijk. Het hof bevestigde dat de procedure tussen de oorspronkelijke partijen kon worden hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing.
De rechtbank had in eerste aanleg het vonnis gewezen zonder rekening te houden met een eerder kort geding vonnis dat relevant was voor de vordering. Het hof gaf appellant de ruimte om dit alsnog in hoger beroep aan te voeren. Uiteindelijk werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en werd geïntimeerde veroordeeld tot betaling van € 60.840,94 vermeerderd met wettelijke rente, alsmede tot vergoeding van de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt geïntimeerde sub 2 tot betaling van € 60.840,94 met rente en kosten.