ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3903
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nietigheid en onrechtmatig handelen bij effectenleaseovereenkomsten
In deze zaak staat het hoger beroep centraal van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam over effectenleaseovereenkomsten met een looptijd van 240 maanden. De leasehouders, gezamenlijk aangeduid als geïntimeerden, vorderen onder meer vernietiging van de leaseovereenkomsten wegens dwaling en bedrog, en stellen dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door schending van informatie- en waarschuwingsplichten.
De kantonrechter oordeelde dat Dexia aan de geïntimeerden een bedrag moest betalen en dat de restschulden niet voldaan hoefden te worden. Dexia vordert betaling van de restschulden. Het hof constateert dat de verbindendverklaring van een regeling (de Duisenberg-regeling) niet van toepassing is op de geïntimeerden, waardoor deze regeling hen niet bindt.
Het hof stelt vast dat de leaseovereenkomsten inmiddels beëindigd zijn en dat er restschulden openstaan. De geïntimeerden betwisten dat zij gehouden zijn tot betaling en voeren aan dat de constructie van de leaseovereenkomsten voor Dexia altijd winstgevend is en voor hen bijna altijd verliesgevend. Het hof wijst Dexia alsnog de gelegenheid toe een memorie van antwoord in incidenteel beroep te nemen en houdt iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en stelt Dexia in de gelegenheid een memorie van antwoord in incidenteel beroep te nemen.