ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3918
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- A.M. van Amsterdam
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het ongelijk van belanghebbende in hoger beroep inzake vaststelling vervreemdingsvoordeel aanmerkelijkbelangaandelen
Belanghebbende had zijn aanmerkelijkbelangaandelen in [A] B.V. verkocht op basis van een earn-outregeling, waarbij een vaststellingsovereenkomst was gesloten over de verkrijgingsprijs per 1 januari 1997. Later bleek dat de inspecteur niet op de hoogte was van een participatieplan dat de waarde van de aandelen beïnvloedde. Hierdoor stelde de inspecteur de vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling buiten werking.
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat de inspecteur aan het voorstel gebonden was en dat het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en andere rechtsbeginselen waren geschonden. Het hof oordeelde dat de inspecteur terecht de overeenkomst had opgezegd omdat hij niet op de hoogte was van het participatieplan en dat er geen sprake was van gewekt vertrouwen of schending van andere beginselen.
De berekening van de aanslag en de heffingsrente waren niet in geschil. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.