ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3939
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen - Poortvliet
- R.G. Kemmers
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Geen omgang mogelijk door houding moeder, gezagsverzoek afgewezen
In deze zaak staat het geschil tussen de ouders over omgang en gezag over hun kind centraal. De vader verzoekt om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, terwijl de moeder hiertegen bezwaar maakt. Het hof verwijst partijen naar het Omgangshuis voor begeleide omgang, waarbij de moeder zich dient te houden aan de aanwijzingen van het Omgangshuis. De moeder weigert echter medewerking te verlenen, stelt het Omgangshuis aansprakelijk en weigert de kosten te betalen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang, maar benadrukt dat begeleide omgang noodzakelijk is. De rechtbank had eerder het verzoek van de vader afgewezen vanwege vermeend misbruik van een alarmsysteem door de moeder, maar het hof stelt vast dat de moeder niet is aangesloten op een dergelijk systeem, waardoor die motivering wegvalt.
Desondanks concludeert het hof dat het kind geen band heeft met de vader en dat het niet in haar belang is om zonder begeleide omgang een zorgregeling vast te stellen. Omdat begeleide omgang niet op gang komt door de houding van de moeder, bekrachtigt het hof de eerdere beschikking en wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag en verplaatsing van hoofdverblijf af. De vrouw wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van omgang en gezamenlijk gezag vanwege de onwillige houding van de moeder.