Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1993 gehuwd en in maart 2013 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. De man was ondernemer en later werkloos met een WW-uitkering, waarna hij per 1 juni 2013 weer in loondienst trad. De vrouw ontvangt een WAO-uitkering aangevuld tot bijstandsniveau.
De rechtbank had bepaald dat de man kinderalimentatie van € 500 per kind en partneralimentatie van € 1.500 per maand moest betalen. De man ging in hoger beroep tegen dit deel van de beschikking. Het hof beoordeelde de draagkracht van de man uitgaande van zijn werkelijke inkomsten, waarbij het volgen van een studie en het vinden van een baan binnen redelijke termijn werden meegewogen.
Het hof paste de nieuwe richtlijnen voor kinderalimentatie toe voor de periode na 1 juni 2013 en hield rekening met de financiële verplichtingen van de man, waaronder aflossingen van schulden uit het huwelijk. De man werd geacht vanaf 1 juni 2013 € 231 per kind per maand te betalen, terwijl partneralimentatie werd afgewezen wegens gebrek aan draagkracht. De beschikking van de rechtbank werd op dit punt vernietigd en aangepast.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 juni 2013 kinderalimentatie van € 231 per kind per maand betalen en partneralimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht.