Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake de tenlastelegging dat verdachte zich op of omstreeks 7 december 2012 op de Nieuwendijk zou hebben opgehouden met het oog op de koop of verkoop van drugs of daaraan gelijkende middelen.
De verdachte ontkende de tenlastelegging. Het openbaar ministerie vorderde een straf van vier weken hechtenis, gelijk aan de straf in eerste aanleg. Het hof stelde vast dat het bewijs onvoldoende was, mede omdat de verklaringen van vijf anonieme Engelse toeristen niet als bewijs konden worden gebruikt volgens artikel 344a Sv. De eigen waarnemingen van de verbalisanten waren onvoldoende concreet en specifiek.
Het hof besloot daarom het vonnis te vernietigen, verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij. De afwezigheid van de getuigen en het ontbreken van ander wettig bewijs waren doorslaggevend in het oordeel.