Uitspraak
1.de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV BONDGENOTEN,
1.Het geding in hoger beroep
2. Feiten
grief 1 in principaal beroepwordt geklaagd over de onder 1.4, 1.5 en 1.10 in het vonnis opgenomen feiten.
criteria opstelt aan de hand waarvan de door haar als relevant erkende werkervaring van stand-by’s wordt meegewogen bij de inschaling en promotie” heeft gebaseerd (onder meer) op de daaraan voorafgegane overweging dat ook volgens KLM sprake was van een “topgroep”, gevormd uit stand-by’s die de werkervaring hadden die KLM relevant acht in het kader van inschaling en promotie. De CGB heeft aldus niet bepaald welke werkervaring van stand-by’s door de KLM in beschouwing diende te worden: zij heeft aan KLM overgelaten criteria op te stellen aan de hand waarvan de door de KLM als relevant erkende werkervaring kon worden meegewogen. Voor zover de grief overweging 1.4 van het vonnis uitgebreid wenst te zien op de door FNV c.s. aangeduide (hiervoor genoemde) wijze faalt ze dan ook.
“Hiermee wordt gehonoreerd dat er tussen de standby en de KLM een min of meer bestendige relatie heeft bestaan waarin werkervaring is opgedaan. (..) Met het honoreren van deze relatie (..) wordt recht gedaan (..)”.Deze passage valt moeilijk anders te lezen dan dat de Regeling ziet op werkervaring als stand-by (en niet ook op werkervaring als werknemer op basis van een contract voor bepaalde tijd). Daar komt bij dat KLM, als een van de partijen bij de Regeling, stelt dat de Regeling inderdaad slechts ziet op werkervaring als stand-by. Dat VNC dat anders ziet is gesteld noch gebleken. Op grond van een en ander faalt ook dit onderdeel van de grief.
“op (verdergaande) verdiscontering van werkervaring tijdens stand-by overeenkomsten”, die de kantonrechter heeft gebruikt als samenvatting van hetgeen waarop (enkele) toenmalige eisers aanspraak hebben gemaakt bij brieven van 18 juni 2009 en 29 juni 2009. Het hof zal de bewuste passage aldus lezen: “op verdiscontering van de werkervaring zowel opgedaan tijdens stand-by overeenkomsten als tijdens overeenkomsten voor bepaalde tijd”. Erg relevant is deze aanpassing overigens niet, nu wel duidelijk is welk standpunt FNV c.s. in de onderhavige procedure met betrekking tot te verdisconteren werkervaring innemen.
3.Beoordeling
grieven 2 tot en met 7 in principaal beroep- die ertoe strekken dat de vorderingen van FNV c.s. alsnog worden toegewezen - lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof overweegt dienaangaande als volgt.