Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Aanslagen 2004 en 2005
aanslag ib/pvv 2006
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar en beroep tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2004 tot en met 2007. De rechtbank verklaarde de bezwaren over 2004 en 2005 ongegrond vanwege te late indiening en de beroepen over 2006 en 2007 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Belanghebbende voerde aan dat hij de aanslagen en uitspraken op bezwaar pas later ontving doordat correspondentie bij de curator lag vanwege faillissementen. Het hof bevestigde dat de aanslagen en uitspraken op bezwaar tijdig waren verzonden naar de juiste adressen, waaronder het GBA-adres en het curatoradres. De door belanghebbende gestelde postblokkade werd niet aannemelijk geacht.
Het hof overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat belanghebbende niet binnen de vereiste termijn na kennisname van de uitspraken op bezwaar beroep had ingesteld. Ook het beroep tegen een tweede uitspraak op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze beslissing niet als een voor beroep vatbaar besluit kon worden aangemerkt.
De rechtbank en het hof kwamen tot dezelfde conclusie dat de bezwaren en beroepen niet ontvankelijk zijn en dat de aanslagen terecht zijn vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bezwaren en beroepen zijn niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.