ECLI:NL:GHAMS:2014:1380
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel
- J.G.W. Willems-Morsink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging en niet-ontvankelijkheid OM wegens te late klacht belaging
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter werd verdachte beschuldigd van bedreiging en belaging jegens een slachtoffer en diens familie.
De tenlastelegging betrof onder meer herhaald telefonisch contact, bezoeken op het werkadres van het slachtoffer, en dreigementen met geweld. De belaging was een klachtdelict waarvoor een tijdige klacht vereist is.
Het hof stelde vast dat de klacht over belaging pas na ruim negen maanden werd ingediend, terwijl de wet een termijn van drie maanden voorschrijft. Hierdoor werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de belaging.
Ten aanzien van de bedreiging oordeelde het hof dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de verdachte te veroordelen, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze beslissingen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van bedreiging en OM niet-ontvankelijk verklaard wegens te late klacht bij belaging.