Uitspraak
1.[APPELLANT SUB 1] en
mr. E.C.J. Riste Amsterdam,
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1]en
mr. N. Hollanderte Groningen,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of verkopers bekend waren met de aanwezigheid van asbest in de gevels en het dakbeschot van een woning en of zij dit hadden moeten melden aan de koper. Getuigenverklaringen van buren bevestigden dat de verkopers op de hoogte waren van het asbest, terwijl de verkopers dit ontkenden. Het hof gaf meer gewicht aan de verklaringen van de buren, die consistent waren en aannemelijk maakten dat de verkopers wisten van het asbest.
Het hof stelde vast dat de verkopers in strijd met de waarheid hadden verklaard niet op de hoogte te zijn van asbest, terwijl zij een mededelingsplicht hadden vanwege de gezondheidsrisico's. Hierdoor mocht de koper verwachten dat de woning vrij was van asbest en kon een beroep op non-conformiteit slagen.
Verder oordeelde het hof dat de koper niet tekort was geschoten in zijn klachtplicht, omdat het asbest niet zichtbaar was en onderzoek kostbaar en ingrijpend zou zijn geweest. De koper had binnen bekwame tijd geklaagd na ontdekking van het asbest.
Ten slotte werd vastgesteld dat de verkopers gehouden zijn tot schadevergoeding, maar dat partijen eerst overleg moeten voeren over de hoogte van het bedrag of een deskundigenbericht moeten aanvragen. De zaak werd aangehouden voor verdere procedurele afhandeling.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de verkopers op de hoogte waren van asbest en dit hadden moeten melden, waardoor de koper terecht een beroep doet op non-conformiteit en recht heeft op schadevergoeding.