Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
De grieven 1 tot en met 6 bevatten aanvullingen op deze feiten. Voor zover nodig zullen deze grieven bij de beoordeling van het hoger beroep aan de orde komen.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis in kort geding waarin Rochdale ontruiming van een woning vordert van [appellante], die de woning verhuurt aan derden zonder toestemming en niet haar hoofdverblijf heeft gehouden.
De feiten zijn onbetwist: [appellante] huurt sinds 2006 een woning, verbleef vanaf maart 2013 in Suriname en gaf de sleutels aan haar zoon. Zonder toestemming verhuurde hij de woning aan derden. Rochdale verzocht ontruiming, welke werd toegewezen door de voorzieningenrechter.
Het hof bevestigt dat ontruiming in kort geding slechts bij strenge voorwaarden kan worden toegewezen, maar acht in dit geval aannemelijk dat de bodemrechter ook tot ontbinding zal komen. De onderverhuur en het niet-hoofdverblijf zijn tekortkomingen die de huurovereenkomst schenden.
Het hof oordeelt dat [appellante] aansprakelijk is voor het handelen van haar zoon en schoondochter en dat zij naliet Rochdale te informeren over haar verblijf in het buitenland. De buitengerechtelijke kosten en proceskosten worden eveneens bevestigd. Het arrest bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de ontruimingsvordering toe wegens onderverhuur zonder toestemming en niet-hoofdverblijf van de huurder.