Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
stelt prijs op de goede relatie met u maar kan zich onmogelijk neerleggen bij de door u gehanteerde betalingstermijn. Doordat cliënt alle kosten voorschiet, maakt cliënt na facturering aanspraak op prompte betaling. Anders ontstaan bij cliënt liquiditeitsproblemen. Daartoe is in het verleden immers een betalingstermijn van 14 dagen aangehouden (. . .). Cliënt wil die termijn – zeer terecht – in ere herstellen, aangezien [de gemeente] eenzijdig de termijn heeft opgerekt naar ca. 4 weken.”
“alle omstandigheden in aanmerking (. . .) genomen de dienst Wonen (voorheen de Stedelijke Woningdienst) niet op een zorgvuldige wijze tot het besluit tot verlenging van de betalingstermijn zoals beschreven in de brief van 29 augustus 1996[is]
gekomen en de dienst er ook niet blijk van[heeft]
gegeven dat een redelijke weging van belangen heeft plaatsgehad. Door aldus te handelen heeft de dienst jegens verzoeker niet behoorlijk gehandeld.”
“In verband met eventuele verjaring van de vorderingen die[[appellant]]
pretendeert te hebben op[de gemeente]
in verband met het rapport van de gemeentelijke ombudsman van 24 juni 2005 stuit ik door deze, weshalve cliënt zijn aanspraken handhaaft.”Op 16 november 2011 heeft [appellant] een soortgelijke brief aan de gemeente gestuurd.
Het definitief kunnen sluiten van dit dossier, waardoor de tijd, energie en het overleg die deze zaak kost, kan stoppen. Het voorkomen van een juridisch traject, dat een eindeloze voortzetting van deze zaak betekent met veel financiële consequenties. Bovendien is de persoonlijke invalshoek (. . .) dat hij (. . .) [appellant] een normaal prettig leven gunt.”Afgesproken is dat [appellant] erover zal nadenken of hij [X] de stukken zal laten zien waarin de afspraken staan die na de schikking zijn gemaakt.