Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Niet betaalde huur
3.Beoordeling
grieven I en IIheeft [appellant] - samengevat - aangevoerd dat de
grief IIIfaalt derhalve.
Grief IVfaalt daarom eveneens.
grief Vfaalt.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een huurder tegen de ontbinding van zijn huurovereenkomst wegens een aanzienlijke huurachterstand. De huurder betwist dat hij een achterstand heeft opgebouwd, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd met bewijs.
Het hof stelt vast dat de huurder de huur contant betaalde door geld in een envelop in de brievenbus van de verhuurder te doen, maar dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij om kwitanties heeft gevraagd, zoals vereist volgens artikel 6:48 lid 1 BW Pro. De huurder heeft voorts onvoldoende toegelicht dat een derde namens hem huur heeft betaald tijdens zijn detentie, noch heeft hij bewijs daarvoor geleverd.
Het hof oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in zijn betalingsverplichtingen en dat de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd zijn. De grieven van de huurder falen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd, met veroordeling van de huurder in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens een huurachterstand van €33.750,- en veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van de achterstallige huur.