ECLI:NL:GHAMS:2014:1678

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2014
Publicatiedatum
9 mei 2014
Zaaknummer
200.123.270-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 170 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis wegens niet-nakomen getuigenverhoor in civiele zaak over btw-betaling

In deze civiele zaak stond centraal of partijen waren overeengekomen dat btw in rekening zou worden gebracht en of een betaling van € 8.024,- contant had plaatsgevonden. Het hof had appellante toegelaten tot het leveren van tegenbewijs door getuigen, maar het getuigenverhoor heeft nooit plaatsgevonden. De advocaat van appellante gaf op de dag van de enquête aan niet te zullen verschijnen en er was niet voldaan aan de vereisten van artikel 170 Rv Pro.

Het hof oordeelde dat het niet doorgaan van het getuigenverhoor voor rekening en risico van appellante komt. Omdat geen tegenbewijs is geleverd, staat vast dat partijen btw in rekening hebben gebracht en dat de betaling niet is bewezen. De grief van appellante faalt daardoor.

Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep. De kosten zijn begroot op een totaal van € 1.830,- plus eventuele bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep wegens het niet laten plaatsvinden van het getuigenverhoor en het niet leveren van tegenbewijs.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer: 200.123.270/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam:
1315101 / HA EXPL 12-37
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 april 2014
inzake:
[APPELLANTE],
wonend te [woonplaats],
APPELLANTE,
advocaat:
mr. R.J. Kwakkelte Diemen,
tegen:
de vennootschap onder firma
[GEÏNTIMEERDE]
gevestigd te [plaats],
GEÏNTIMEERDE,
advocaat:
mr. S.M. van de Weijerte Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel.
De partijen worden hierna aangeduid als [appellante] en [geïntimeerde].

1.Het geding in hoger beroep

In deze zaak heeft het hof op 24 september 2013 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt naar dit arrest verwezen. Bij genoemd arrest is [appellante] toegelaten tot getuigenbewijs.
Op 10 december 2013 - de dag waarop de enquête gehouden zou worden - heeft de advocaat van [appellante] per faxbericht aan het hof medegedeeld dat [appellante] geen contact met hem heeft opgenomen en voorts het verzoek gedaan de zaak naar de rol te verwijzen voor uitlating van redenen van verhindering en opgave van nieuwe verhinderdata.
De advocaat van [geïntimeerde] heeft hierop gereageerd, eveneens bij faxbericht van 10 december 2013.
De raadsheer-commissaris heeft het verzoek van [appellante] geweigerd. Er is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 170 Rv Pro om één week voor de zitting aan de griffier (en de wederpartij) een opgave te doen van de te horen getuigen en evenmin is gebleken dat de getuigen bij aangetekende brief zijn opgeroepen. Daarop heeft de raadsheer-commissaris de enquête gesloten.
Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor arrest.

2.Beoordeling

2.1
In het tussenarrest heeft het hof in rechtsoverweging 3.3 als volgt overwogen:
In het tussenvonnis van 13 juni 2012 heeft de kantonrechter [appellante] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat partijen zijn overeengekomen dat btw in rekening zou worden gebracht en tot het leveren van bewijs van zijn stelling dat [Y] op 9 juni 2011 contant een bedrag van € 8.024,- heeft betaald aan [X]. Het getuigenverhoor heeft nimmer plaatsgehad. De advocaat van [appellante] heeft zich onttrokken en [appellante] heeft zich vervolgens op de rolzitting niet uitgelaten over een voortzetting van de enquête, waarop vervolgens akte niet-dienen is verleend.
2.2
In hoger beroep heeft [appellante] opnieuw getuigenbewijs aangeboden. Het hof heeft [appellante] hiertoe toegelaten met als overweging dat het hoger beroep mede ertoe strekt de appellerende partij de gelegenheid te bieden tot het verbeteren en aanvullen van hetgeen hij zelf bij de procesvoering in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten. Aangezien het hoger beroep van [appellante] niet tegen het tussenvonnis van 13 juni 2012 was gericht - waarin de bewijsopdracht werd geformuleerd - heeft het hof de volgende (gelijkluidende) bewijsopdracht geformuleerd:
laat [appellante] toe tot het leveren van tegenbewijs door getuigen tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat partijen zijn overeengekomen dat btw in rekening zou worden gebracht;
laat [appellante] toe te bewijzen dat [Y] op 9 juni 2011 contant een bedrag van € 8.024,- heeft betaald aan [X];
(…)
2.3
Het hof constateert dat in hoger beroep het getuigenverhoor andermaal geen doorgang heeft gevonden. Dit komt voor rekening en risico van [appellante], nu zij, althans haar advocaat, te elfder ure heeft laten weten niet voor het hof te zullen verschijnen op de vastgestelde datum en bovendien is gebleken dat niet was voldaan aan het voorschrift van artikel 170 Rv Pro.
2.4
Nu [appellante] geen getuigen heeft doen horen en ook overigens geen (tegen)bewijs heeft geleverd staat ook in hoger beroep vast dat partijen zijn overeengekomen dat btw in rekening zou worden gebracht en is voorts niet bewezen dat [Y] op 9 juni 2011 contant een bedrag van € 8.024,- heeft betaald aan [geïntimeerde]. Dit alles leidt tot de conclusie dat de grief faalt.
2.5
Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen. [appellante] dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het hoger beroep te dragen.

3.Beslissing

Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 683,- aan verschotten en € 948,- voor salaris en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en met de kosten van het betekeningsexploot ingeval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordeling(en) en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, C.C. Meijer en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 april 2014.