Uitspraak
mr. A.P. Hendrikste Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft [X] hoger beroep ingesteld tegen de tussentijdse beëindiging van zijn schuldsaneringsregeling door de rechtbank Amsterdam. [X] voerde aan dat zijn ernstige depressieve klachten en baanverlies zijn betalingscapaciteit en medewerking negatief beïnvloedden, en dat de bewindvoerder de boedelachterstand verkeerd had berekend. Hij stelde dat hij geen schending van de informatieplicht had begaan en vroeg om verlenging van de regeling.
De bewindvoerder stelde dat [X] niet voldeed aan zijn inspannings-, afdracht- en informatieverplichtingen en bovendien nieuwe schulden had laten ontstaan. De boedelachterstand werd door de bewindvoerder hoger ingeschat dan door [X].
Het hof oordeelde dat ondanks de persoonlijke omstandigheden van [X], hij toerekenbaar tekort was geschoten in zijn medewerking. Er was onvoldoende en te late informatie verstrekt, geen voorstel tot aflossing van de boedelachterstand ingediend en sinds november 2012 geen betalingen meer gedaan. De verklaring van de huisarts was onvoldoende om te concluderen dat [X] niet aan zijn verplichtingen kon voldoen.
Het hof bevestigde daarom de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en wees een verlenging af, omdat geen concreet en haalbaar aflossingsvoorstel was ingediend en de boedelachterstand aanzienlijk bleef.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking en een aanzienlijke boedelachterstand.