ECLI:NL:GHAMS:2014:1726
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.L.D. Akkaya
- M.W.E. Koopmann
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet verstrekken informatie
Appellant was toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar deze werd tussentijds beëindigd door de rechtbank Noord-Holland wegens het niet volledig verstrekken van informatie. Appellant betwistte dit en voerde aan dat schulden te goeder trouw waren ontstaan en dat procedures pas na toelating waren gestart. Hij stelde ook dat hij de bewindvoerder voldoende had geïnformeerd.
Het hof nam kennis van het dossier en het verslag van de bewindvoerder, die stelde dat appellant belangrijke informatie had verzwegen, waaronder een procedure van een stichting en schulden aan familieleden. Ook was er geen melding gemaakt van een overnameovereenkomst en het doorverkopen van activa aan zijn echtgenote.
Het hof oordeelde dat appellant ten tijde van de toelating wel degelijk op de hoogte was van de procedure en schulden, en dat hij niet te goeder trouw was omdat hij gelden van de stichting had gebruikt voor zijn onderneming die in financiële problemen verkeerde. Het hof vond dat appellant onvoldoende medewerking had verleend aan de schuldsaneringsregeling en dat de beëindiging terecht was. Het bewijsaanbod van appellant werd verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet verstrekken van relevante informatie.