ECLI:NL:GHAMS:2014:1739
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.L.D. Akkaya
- G.J. Visser
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Toelating wettelijke schuldsaneringsregeling na verkeerde ondernemingskeuzes zonder ernstige verwijtbaarheid
Appellanten wendden zich in hoger beroep tot het Gerechtshof Amsterdam tegen de afwijzing van hun verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank. Zij stelden dat zij te goeder trouw hebben gehandeld bij de aankoop van een horecaonderneming en dat de schulden het gevolg zijn van zakelijke risico's zonder grove schuld of opzet.
Het hof nam kennis van het dossier en de toelichting van appellanten, die onder meer stelden dat zij ervaring hadden met horecazaken, de administratie hadden ingezien en regelmatig toezicht hielden. Tevens werd toegelicht dat de schuld deels was afgelost en dat zij het geld uit een eerdere verkoop hadden geïnvesteerd in een nieuwe onderneming om werkloosheid te voorkomen.
Het hof oordeelde dat appellanten voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat hun handelen en de schulden voortvloeiden uit ondernemerschap waarbij verkeerde keuzes zijn gemaakt, maar zonder ernstige verwijtbaarheid. De rechtbank had ten onrechte de hardheidsclausule niet toegepast. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten, waarna de zaak werd terugverwezen voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Appellanten worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens handelen zonder ernstige verwijtbaarheid.