Uitspraak
18 februari 2014
mr. J.A. van Gemerente [vestigingsplaats].
Gerechtshof Amsterdam
Appellant was sinds 10 september 2010 onderworpen aan de wettelijke schuldsanering. De rechtbank had de regeling beëindigd zonder hem een schone lei te verlenen vanwege het niet voldoen aan informatieverplichtingen, waaronder het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de ontbrekende inkomensspecificaties inmiddels had overgelegd en dat hij slechts geringe inkomsten had uit werkzaamheden bij een kennis en als afwasser bij een restaurant. Hij betwistte zwart werken en vroeg om verlenging van de regeling of alsnog verlening van de schone lei.
De bewindvoerder bevestigde dat appellant inkomen had genoten zonder dit tijdig te melden en adviseerde het vonnis te bekrachtigen. Het hof oordeelde dat appellant verwijtbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, met name door het niet tijdig en uit eigen beweging melden van inkomsten, waardoor effectieve uitvoering van de regeling werd belemmerd.
De late informatieverstrekking en onduidelijkheid over omvang en tijdstip van werkzaamheden maakten het onmogelijk om de situatie verantwoord vast te stellen. Het hof vond de tekortkoming ernstig genoeg om de beëindiging zonder schone lei te handhaven en wees verlenging af. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei en wijst het verzoek tot verlenging af.