ECLI:NL:GHAMS:2014:1774
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht bank bij beleggingsadvies en beheer met adviesrelatie
Ordago B.V. vorderde in hoger beroep dat het hof het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigde en Schretlen & Co aansprakelijk stelde voor beleggingsverliezen wegens schending van haar zorgplicht. De feiten betreffen een beleggingsrelatie die in 2003 begon met vermogensbeheer en in november 2003 overging in een adviesrelatie, waarbij Ordago zelf de beleggingsbeslissingen nam.
Schretlen had verschillende beleggingsvoorstellen gedaan, die Ordago heeft geaccepteerd. Ordago stelde dat Schretlen onzorgvuldig had gehandeld door een te risicovol offensief beleggingsbeleid te voeren en onvoldoende liquiditeiten aan te houden, en dat zij in 2008 opdracht had gegeven tot het verminderen van risico's, wat onvoldoende was opgevolgd.
Het hof oordeelde dat de feiten die de rechtbank vaststelde niet in geschil waren en dat de adviesrelatie betekende dat Ordago zelf verantwoordelijk bleef voor de beleggingsbeslissingen. Het hof verwierp de stelling dat er een pensioendoelstelling was die niet was nagekomen. Het hof vond dat het risicovolle beleid tot november 2006 door een later advies was gecorrigeerd en dat geen schade was aangetoond. Ook was Schretlen gerechtvaardigd in de veronderstelling dat Ordago geen liquiditeiten uit de portefeuille nodig had.
De grief dat Ordago opdracht had gegeven tot het verminderen van risico's faalde omdat Ordago dit niet had bewezen en er geen beheerrelatie was. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde Ordago in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Ordago af wegens het ontbreken van schending van zorgplicht door Schretlen.