Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
STOFFERING door afhankelijk bedrijf
Geachte klant,
CBW
Stoffering
Gerechtshof Amsterdam
Appellant sloot met Carpetland een overeenkomst voor levering en stoffering van een laminaatvloer. Carpetland leverde het laminaat en schakelde een stoffeerder in, die als hulppersoon van Carpetland werd aangemerkt. Appellant stelde dat de vloer niet deugdelijk was gelegd en vorderde schadevergoeding en verrekening met het openstaande bedrag.
De kantonrechter oordeelde dat Carpetland slechts als bemiddelaar optrad en wees de vorderingen van appellant af. Het hof stelde echter vast dat Carpetland verantwoordelijk was voor het leggen van de vloer via een hulppersoon, gelet op de bestelbon, algemene voorwaarden en de rol van Carpetland bij prijsbepaling en uitvoering.
Desondanks concludeerde het hof dat appellant Carpetland niet in verzuim had gesteld met een deugdelijke ingebrekestelling en dat er geen bewijs was van ontbinding of annulering van de overeenkomst door Carpetland. Hierdoor bleef appellant gehouden aan de betalingsverplichting van € 1.820,45.
Het hof verwierp het beroep van appellant op de Geschillencommissie Wonen wegens onvoldoende onderbouwing en bevestigde de toewijzing van de vorderingen van Carpetland. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest bekrachtigde daarmee het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van het openstaande bedrag en in de kosten van het hoger beroep.