In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en een nieuwe beoordeling gegeven over de schuldheling van meerdere auto’s. De verdachte werd ervan verdacht in de periode van 30 september 2012 tot en met 18 april 2013 in Amsterdam en omgeving meerdere gestolen auto’s te hebben voorhanden gehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege onduidelijkheden over het opsporingsonderzoek. Het hof oordeelde echter dat de verdachte pas op 26 februari 2013 in beeld kwam en dat eerdere onderzoeksactiviteiten niet in strijd waren met de verbaliseringsplicht. Het verweer werd verworpen.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte drie auto’s (Ford Fiesta, BMW X Reihe en Audi S5) voorhanden had gehad met het besef dat deze gestolen waren. De verdachte kon geen aannemelijke verklaring geven voor de herkomst van de voertuigen en gaf wisselende verklaringen over de vermeende eigenaren. Medeplegen werd niet bewezen geacht omdat niet kon worden uitgesloten dat anderen de diefstal hadden gepleegd.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden, lager dan de tien maanden die de rechtbank had opgelegd. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte en de ernst van het feit dat hij door schuldheling andere misdrijven ondersteunde.