ECLI:NL:HR:2012:BX4874
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs opzetheling uitkeringsfraude
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd bewezenverklaard dat hij opzettelijk gebruik maakte van voorzieningen in een woning die geheel of gedeeltelijk werden betaald uit door zijn ex-partner door misdrijf verkregen uitkeringsgelden.
Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van verdachte, getuigenverklaringen, rapporten van de Sociale Dienst en diverse schriftelijke stukken, waaronder inkomstenverklaringen. Uit deze bewijsmiddelen leidde het hof af dat verdachte en zijn ex-partner in gezinsverband samenwoonden en dat verdachte gebruik maakte van voorzieningen in de woning.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de bewijsmiddelen niet voldoende onderbouwen dat de voorzieningen geheel of gedeeltelijk werden betaald uit door misdrijf verkregen uitkeringsgelden, noch dat verdachte hiervan op de hoogte was. Hierdoor is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. Het tweede middel behoeft geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.