Uitspraak
mr. E.L.M. Straatsmate Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant verzocht het hof om alsnog toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, ondanks dat zij binnen tien jaar eerder een regeling had gehad die tussentijds zonder schone lei was beëindigd. Zij voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder onjuiste voorlichting door de bewindvoerder en haar culturele achtergrond, maken dat de tienjaarstermijn niet strikt toegepast moet worden.
Het hof overwoog dat artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro een afwijzing voorschrijft indien binnen tien jaar eerder een regeling van toepassing was, tenzij uitzonderingen van artikel 350 lid 3 onder Pro a, b of d van toepassing zijn. De eerdere regeling was echter tussentijds zonder schone lei beëindigd wegens niet-nakoming van verplichtingen (artikel 350 lid 3 sub Pro c), waardoor de uitzondering niet geldt.
Daarnaast bleek appellant na beëindiging van de regeling nieuwe schulden te hebben laten ontstaan, waaronder onbetaalde motorrijtuigenbelasting, hetgeen het vertrouwen in haar goede trouw ondermijnt. Het hof bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens de tienjaarstermijn en niet-nakoming van verplichtingen.