Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de vennootschap onder firma
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
12. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
17. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
18. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.Het geding in hoger beroep
2.Ontvankelijkheid
3.Feiten
grieven 1 en 2van IKEA en
grief 1van DTZ verwoorde klacht dat de opsomming door de rechtbank onvolledig is. Bij (verdere) bespreking van die grieven hebben IKEA en DTZ daarom geen belang.
4.Beoordeling
vijfjaren, ingaande op
1 juli 2002en lopende tot en met
30 juni 2007.
vijfjaren, derhalve tot
30 juni 2012. Deze overeenkomst wordt vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens
vijfjaren.
twaalfmaanden.
Ad 4” (zie hierboven onder 4.1.(ii)) is geschreven niet worden gelezen dat, toen duidelijk werd dat de locatie van Focus de voorkeur kreeg, DTZ gehouden was om IKEA tijdig te adviseren met Altera een huurbeëindigingsovereenkomst te sluiten. Het geschrevene ad a) heeft immers duidelijk betrekking op te voeren onderhandelingen met betrekking tot een nieuw geschikt object (indien een andere dan de op dat moment gehuurde locatie zou worden gevonden) en het geschrevene ad b) op het geval IKEA zou blijven in het bedrijfsverzamelgebouw, in welk geval heronderhandelingen (omtrent huurprijs, duur etc.) nodig zouden zijn. Feiten of omstandigheden die meebrengen dat IKEA de bepaling redelijkerwijze in andere zin heeft mogen opvatten, zijn gesteld noch gebleken.
grief 2 in het incidenteel appelzich tegen het inhoudelijke oordeel van de rechtbank dat de vordering in reconventie dient te worden afgewezen. De rechtbank kwam tot dit oordeel op grond van de overweging dat de koopovereenkomst tussen Focus en IKEA (in mei 2011) tot stand was gekomen terwijl de voorwaarden waaraan de huurovereenkomst onderhevig was, (op 15 juni 2011) nog niet waren vervuld en voorts omdat de oorspronkelijke opdracht voorzag zowel in de mogelijkheid van huur als in die van koop.
4.Beslissing
rolzitting van dit hof van 24 juni 2014voor uitlating door IKEA, waarop DTZ desgewenst nog zal kunnen reageren;