ECLI:NL:GHAMS:2014:2089

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2014
Publicatiedatum
4 juni 2014
Zaaknummer
200.044.688-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolg hoger beroep inzake bewijslevering tegen bewijsvermoeden heling runderslachtafval

In deze civiele procedure tussen Abattoir c.s. en Ameco c.s. heeft het hof in een tussenarrest vastgesteld dat er een bewijsvermoeden bestaat dat de gebroeders geïntimeerde betrokken zijn geweest bij de heling en doorverkoop van runderslachtafval dat door een medewerker van Ameco was gestolen.

Het hof gaf geïntimeerde de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren. Geïntimeerde heeft een bewijsstuk overgelegd van de Voedsel en Warenautoriteit en gesteld dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, maar dit was onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen.

Daarom heeft het hof geïntimeerde opnieuw toegestaan om tegenbewijs te leveren door middel van getuigenverhoor. Tevens is bepaald dat Abattoir c.s. in contra-enquête getuigen kan oproepen. De datum van het getuigenverhoor wordt nader bepaald, en het hof houdt verdere beslissing aan tot na dit bewijs.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam en op 27 mei 2014 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt geïntimeerde in de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs door getuigenverhoor.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummers : 200.044.688/01 en 200.069.083/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 382741/ HA ZA 07-2939
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 mei 2014
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ABATTOIR AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de vennootschap onder firma
AMECO V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VCB AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[appellante sub 4] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
advocaat:
mr. C.I.M. Molenaarte Amsterdam.
tegen:
de vennootschap onder firma
[geïntimeerde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
advocaat:
mr. I.N. Maaskantte Hoofddorp.

1.Het verdere procesverloop

Partijen worden hierna wederom Abattoir c.s., respectievelijk Ameco, VCB en [appellante sub 4] , en [geïntimeerde] genoemd.
In het tussenarrest van 24 december 2013 heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren tegen het in het arrest neergelegde bewijsvermoeden, zulks door middel van getuigenbewijs en/of door het nemen van een akte.
Hierna heeft [geïntimeerde] een akte genomen.
Abattoir c.s. hebben een antwoordakte genomen.
Ten slotte hebben partijen wederom arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling

2.1
In het tussenarrest van 24 december 2013 heeft het hof geoordeeld dat op grond van het voorhanden zijnde bewijsmateriaal en hetgeen daarover door partijen in de procedure naar voren is gebracht, voorshands bewezen is dat beide gebroeders [geïntimeerde] betrokken zijn geweest bij de heling van de door [A] van Ameco gestolen kratten runderslachtafval, in die zin dat zij niet alleen op de hoogte waren van de diefstal van [A] van dit runderslachtafval van Ameco, maar dat zij ook runderslachtafval hebben doorverkocht aan derden.
Voorts heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren tegen dit bewijsvermoeden.
2.2
Het hof constateert dat [geïntimeerde] bij de door haar genomen akte in het kader van het door haar te leveren tegenbewijs slechts één bewijsstuk heeft bijgebracht, te weten een lijst van de Voedsel en Warenautoriteit met “approval numbers” van verschillende slachthuizen. Daarnaast heeft zij gesteld dat zij het oordeel van het hof onbegrijpelijk vindt.
Het hof ziet in een en ander geen aanleiding thans, in afwachting van verdere bewijslevering door [geïntimeerde] , terug te komen op dit oordeel. Het genoemde bewijsstuk zal bij het door het hof te geven bewijsoordeel worden betrokken.
2.3
Voorts heeft [geïntimeerde] gesteld dat zij tegenbewijs wil leveren door middel van getuigenbewijs. Het hof zal [geïntimeerde] daartoe (opnieuw) in de gelegenheid stellen. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat Abattoir c.s. daarna de gelegenheid heeft in contra-enquête getuigen voor te brengen.
2.4
Het hof zal iedere nadere beslissing aanhouden.

3.Beslissing

Het hof:
stelt [geïntimeerde] in de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs tegen het in r.o. 2.1 geformuleerde bewijsvermoeden door middel van het horen van getuigen;
bepaalt dat de advocaat van [geïntimeerde] daartoe uiterlijk op 24 juni 2014 schriftelijk aan het enquêtebureau van het hof, onder opgave van de te horen getuige(n), de verhinderdata van alle partijen, raadslieden en getuigen opgeeft in de maanden juli, augustus, september en oktober 2014;
bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatshebben voor mr. R.H. de Bock, daartoe als raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen datum;
houdt elke nadere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, J.C. Toorman en M.E. van Rossum en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2014.